Categorie archief: wildplukken

Wildplukken: bramenjam!

jam 3Het zal weinig mensen ontgaan zijn: het is weer bramentijd! Ik plukte deze heerlijke vruchtjes al langer. Heerlijk als je op de camping zit, je kruipt ´s ochtends je tentje uit, gaat naar die prachtig grote bramenstruik 100 meter verderop en plukt daar een mooie portie bramen voor in je ontbijtyoghurt (vanaf dit jaar ontbijmelkkefir, maar daar schrijf ik nog wel eens een blogje over 😉 ).

Dit jaar heb ik het iets groter aangepakt. Het is een goed bramenjaar en als je de juiste struiken weet te vinden leveren ze hele mooie, grote bramen op. Er was zoveel te plukken dat ik besloten heb om ze te verwerken tot jam. Ik heb nog nooit eerder jam gemaakt, dus dat was best spannend! (Ja, zo´n muts ben ik wel, om dat spannend te vinden). Dat begint al met het steriliseren van de jampotjes. Jampotjes die ik overigens verzameld heb van andere gekochte producten (pindakaas, tahin, mayonaise. Niks nieuws gekocht – lekker duurzaam dus! Er zijn veel manier om je jampotjes goed schoon te krijgen (een must voor conservering), dus welke kies je? Toch maar voor de uitkookmethode gekozen. Sinds ik zelf bouillon maak heb ik gelukkig een soeppan die hoog genoeg is voor de jampotjes. Ik heb eerst de potjes en deksels goed afgewassen, en daarna in de pan gezet met warm water erbij. Op die manier is het temperatuurverschil niet zo groot en verklein je het risico op knappende potjes. Terwijl dit aan de gang was, ging ik aan de slag met de jam.

Om het mezelf iets makkelijker te maken voor de eerste keer, kocht ik in de biowinkel een zakje geleermiddel. Achteraf blijkt dit te bestaan uit aardappelzetmeel, arrowroot, agar-agar en pectine. Neh, volgende keer flans ik zelf wel wat in elkaar 🙂 In ieder geval, voor mijn jam heb ik de volgende ingrediënten gebruikt:

  • 1 kilo bramen (die van mij werden ontdooid uit de diepvries)
  • 1 zakje geleermiddel (Merk: Biovegan)
  • 1 theelepel citroenzuur (3 gram)
  • 300 gram suiker

In feite heb ik het recept gevolgd dat op het zakje stond. Makkelijker kan niet (denk ik). De bramen werden gemengd met het geleermiddel, daarna met de suiker en citroenzuur. Vervolgens werd alles al roerend aan de kook gebracht en 3 minuten doorgekookt. Je zag dan langzaam het gevormde schuim verdwijnen. Met een schoteltje uit de koelkast heb ik even getest of het goed gegeleerd was. Natuurlijk nog geen ervaring mee, maar een drupje op de schotel liep niet uit dus dat was hoopvol.

Het slagveldVervolgens heb ik de potjes en deksels uit het water gehaald en op een schone theedoek gezet. En toen was het tijd om de potjes af te vullen. Dat dit niet zonder morsen ging maakt de foto wel duidelijk. Het is een beetje een slagveld geworden…gelukkig weet ik inmiddels dat bramenvlekken goed te verwijderen zijn met citroensap en heet water, hoewel het me voor die theedoek niet veel uitmaakt. Je moet de potjes zo vol mogelijk afvullen, zodat er minder ruimte is voor zuurstof en eventuele micro-organismen. Ik had alleen niet voldoende om 3 potjes goed af te vullen, so be it. De potjes zet je daarna ondersteboven om een vacuüm te creëren, dit helpt bij de conservering.

In ieder geval: de jam is klaar. En dat ziet er alvast heel goed uit. Nu moet het afkoelen. Dat wachten is nog het moeilijkste…hoe zal het eindresultaat uitpakken? Te dun, te dik, te snel bedorven? Oh, kon ik maar in de toekomst kijken 😉 Nu nog even bedenken waar ik mooie en ´groene´ etiketten ga scoren, liefst herbruikbaar. Als dit een vervolg krijgt en ik straks een kast vol met jam heb staan, is het wel handig om te weten wat er in zit en wanneer het gemaakt is…iemand tips voor goede groene etiketten?jam 2

Volgende jamprojecten die nog op mijn lijstje staan: duindoorn, pompoen (geen wildpluk), lijsterbes, rozebottel en meidoorn. Genoeg te proberen dus…

Advertenties

Wildplukken: Japanse duizendknoop

Af en toe moet je weer eens even een zetje krijgen in de goede richting. Afgelopen week kwam ik bij het zwerfvuil rapen in een naburige gemeente de Japanse duizendknoop tegen. Tot voor kort kende ik deze plant niet. Maar op een FB-groep waar ik lid van ben kwam de duizendknoop regelmatig ter sprake als zijnde eetbaar en lekker: zodoende had ik er een aantal foto’s van gezien. Dus toen ik de plant zag staan herkende ik hem meteen! Maar ik zag ook een heleboel dorre hoge stengels die plat lagen en dacht dat het spul platgespoten was. Helaas…

Later kreeg ik op diezelfde FB-groep te horen dat dit de oude stengels van vorig jaar waren, en dat de korte stengels de jonge scheuten waren. Joepie! Toch heb ik voor de zekerheid de gemeente even gemaild of zij wellicht toch aan gifbestrijding doen. De Japanse duizendknoop is namelijk een ongewenste exoot die bijzonder hardnekkig is. Zo goed als uitroeibaar, dus er wordt soms hard tegen opgetreden (zonder al te veel succes dus).

Het mailtje is net de deur uit en aangezien het bijna weekend is, zal het nog wel even duren voor ik uitsluitsel heb. Jammer, want ik sta te popelen om hiermee aan de slag te gaan! Japanse duizendknoop smaakt namelijk ongeveer als rabarber en daar ben ik dol op. Lekker in een crumble, of gewoon als stukgekookt als compote. En er is vast nog veel meer mee te doen! Ik kan niet wachten en hou mijn ogen goed open voor andere plekken waar deze woekeraar groeit. Met het zwerfafval rapen komen we op heel wat plekken dus we kunnen de omgeving goed inventariseren 🙂

Heb jij ook wel eens Japanse duizendknoop gegeten? Heb je nog lekkere recepten? Ik hoor het graag!

Blijf op de hoogte van nieuwe posts en like Duurzame Dinkies op Facebook!

Wildplukken: kraailook

plukkenHet is zover! Ik heb mijn wildplukvuurdoop achter de rug! Via de Facebookpagina van Wildplukken kwam mij ter ore (oge?) waar volop kraailook staat. Dus hop, in de benen voor mijn allereerste wildplukervaring! Het was nog goed weer ook: zacht en niet te veel wind. Heerlijk om even buiten te zijn.kraailook

Kraailook is een plantje dat lijkt op bieslook en ook ongeveer zo smaakt. De stengels zijn grijsgroen en wat slapper dan die van bieslook. Bij het snijden bleken ze overigens juist wat vezeliger te zijn. De jonge, lichtgroene stengels zijn het lekkerst. De ondergrondse knolletjes van de kraailook kun je ook eten – als een soort bosuitje. Datzelfde geldt voor de broedknolletjes, daar waar uiteindelijk de nieuwe stengeltjes uitgroeien. Dat ga ik ook nog eens proberen, maar ik heb het nu even bij de sprietjes gehouden. Alles op zijn tijd!

Ik heb een mooi bosje geplukt, uiteraard niet meer dan ik nodig had en toen ik wegging kon je niet eens zien waar ik geplukt had. Ik heb er een omelet mee gemaakt: samen met stukjes tomaat en wat parmezaanse kaas die nog op moest. Van de rest heb ik een kruidenboter gemaakt.omelet

De omelet was erg lekker, met uitzondering van de kaas – die vond ik er niet bij passen. Ik ben al niet zo´n grote kaasfan, dus ik ben nog al kritisch wat dat betreft. Volgende keer gewone geraspte kaas! De kruidenboter staat nog te ´rijpen´en moet ik nog uitproberen.omelet2

Kortom: kraailook is een mooie, wilde vervanging van bieslook en is daardoor in tal van gerechten te gebruiken. Tot zover mijn eerste wildplukavontuur! Wat zal het volgende zijn?

Blijf op de hoogte van nieuwe posts en like Duurzame Dinkies op Facebook!

Pluk jij je al helemaal wild?

grote brandnetel

Grote brandnetel

Ik ben al een tijdje geïntrigeerd door het fenomeen ‘wildplukken’. Iedereen doet dit wel eens: denk maar aan de zwarte braam die in augustus zo lekker zoet is. En wie heeft er als kind geen beukenootjes gezocht in het bos? Heerlijk om te roosteren in de koekenpan en op te knabbelen met wat honing. Brandnetels plukken is ook een bekende: bijvoorbeeld voor brandnetelthee. Maar ik heb nooit geweten dat dit maar het topje van de ijsberg was.

Zevenblad. Speenkruid. Eikels. Daslook. Het zijn allemaal bruikbare, eetbare planten. En dan zijn er ook nog de planten die ons bijvoorbeeld olie kunnen leveren, zoals sint-jans kruid. De mogelijkheden zijn eindeloos en  dat is niet alleen fascinerend, maar in mijn geval ook lichtelijk ontmoedigend. Want er kan zoveel dat ik niet weet waar – en wanneer – ik moet beginnen. Ik vind het best spannend. Want hoe zorg je dat je de juiste plant pakt en niet per ongeluk een oneetbare variant aanziet voor jouw ‘prooiplant’? Ik ben vrij goed in het herkennen van bloeiende planten, maar alleen het blad is een uitdaging op zich en sommige planten zijn alleen bruikbaar wanneer ze nog niet bloeien. Speenkruid is zelfs giftig vanaf het moment dat het bloeit. O, en wat kennis van de anatomie van planten is ook niet verkeerd. Scheut, stengel, bloemhoofd, blad, je moet wel weten wat daar precies mee bedoeld wordt! Dat ligt soms minder voor de hand dan het op het eerste gezicht lijkt.

Kortom: wil je gaan wildplukken, dan hoort daar een beetje (boel) voorbereiding bij. Je moet weten wanneer je je welke planten kan gaan plukken, hoe je ze kan herkennen en waar je ze kan vinden. Ik ben iemand die geneigd is alles tegelijk te willen, maar ik heb besloten me voor komend jaar op 3 nieuwe planten/bomen te richten. Ik wil proberen zelf berkensap te tappen, ik wil brandnetelthee gaan maken en vlierbessenjam. Maar misschien bedenk ik me straks weer en ga ik toch voor andere planten. Er is ook zo veel…

Gelukkig hoef ik het wiel niet zelf uit te vinden. Op internet is ontzettend veel informatie te vinden over eetbare planten en hoe je ze kunt gebruiken. Ook zijn er heel wat boeken over wildplukken geschreven – het is niet voor niets een fenomeen. Een tijdje geleden heb ik het boek van Bea Möllersbea mollers wildplukken aangeschaft en het is ongelofelijk leuk om te lezen hoe zij hier al jaren mee bezig is. De artikelen die in het boek staan zijn columns over wildplukken die zij voor het Noord-Hollands Dagblad geschreven heeft. Dit is voor mij echt een voordeel: ze woont bij mij in de buurt en in het boek wordt hier en daar ook vermeld waar je bepaalde planten kan vinden. Scheelt mij weer zoeken! Het boek is bedoeld om te inspireren en dat doet het ook. Ik krijg ontzettend veel zin om zelf aan de slag te gaan en gebruik te maken van wat de natuur ons te bieden heeft. Bea organiseert overigens over de superleuke Gaaf Groen evenementen waar ik grote liefhebber van ben. Veel groener wordt het niet! 🙂 (Voor meer informatie over het boek, klik hier. Of like Gaaf Groen op Facebook.)

Uiteraard is het belangrijk om hierbij respect te hebben voor de natuur. We horen mét – en niet alleen maar van – de natuur te leven. We mogen haar gebruiken maar niet misbruiken. Dus: nooit meer plukken dan je kunt gebruiken, en minstens 1/3e laten staan van de planten die je wilt plukken. Zo zorg je dat er volgend seizoen ook weer wat te plukken valt. Verder is het zinvol om de gebieden waar veel honden uitgelaten worden, links te laten liggen. Anders krijgen je plantjes op voorhand een extra smaakje…(don’t eat yellow snow!)

Als ik eenmaal begonnen ben lees je hier uiteraard welke plantjes ik geplukt heb en waar ik ze voor gebruikt heb. Ik vind het ontzettend spannend en heb het gevoel aan het begin van een grote, grote ontdekkingsreis te staan!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!