Maandelijks archief: januari 2015

Geen shampoo: je haren wassen met zeepkruid!

IMG_3381-gr-zeepkruidEerder schreef ik over de ‘no poo’ methode: je haren wassen zonder chemische shampoo te gebruiken. Tot nu toe waste ik mijn haar met bicarbonaat en appelazijn. Met wat droogshampoo tussendoor (arrowroot poeder) heb ik het de laatste keer tot 5,5 dag gered zonder te wassen! Mede dankzij de varkensharenborstel ziet het er dan nog steeds toonbaar uit (bij elkaar gebonden).

Overigens spoel ik het tussendoor niet uit. Ik borstel het goed uit met de varkensharenborstel (daarover later meer). Ik heb het geprobeerd met tussendoor uitspoelen maar dat rekt het hooguit 1 dag, de dag erna moet ik het dan toch écht wassen. En dan kan ik het net zo goed direct wassen – anders heb je 2 keer water nodig.

Bicarbonaat is één manier om je haren op een natuurlijke(r) manier te wassen, maar er zijn er nog veel meer! Vandaag heb ik het voor het eerst gewassen met zeepkruid. De wortels van zeepkruid worden van oudsher gebruikt kleding en lichaam mee te wassen, en in het natuurlijke circuit wordt het ook veel gebruikt om de haren mee te wassen. Nu heb ik mijn best gedaan om (gemalen) wortel van zeepkruid te vinden, maar ving behoorlijk bot! Bij Pit&Pit vond ik wel zeepkruid, maar een mailtje naar de klantenservice leerde me dat het alleen om de bovengrondse delen van de plant ging. Er stond wel een beschrijving bij van hoe je hiervan shampoo kon maken, dus ik besloot het daarmee te proberen.

De ‘shampoo’ maakte ik door een eetlepel zeepkruid 15 minuten lang te koken in ongeveer 250 ml water (een mok vol). Daarna heb ik het gezeefd en laten afkoelen. (Het heeft ook een dag in de koelkast gestaan maar ik denk niet dat dit van belang is). En toen was het tijd om het echte experiment uit te voeren! Ik heb verder dezelfde methode toegepast als met de bicarbonaat – de hele mok zeepkruidspoeling, spoelen, appelazijn eroverheen (1 eetlepel in een mok water) en nogmaals uitspoelen.

Al bij het spoelen met de zeepkruid viel me op hoe zacht mijn haar bleef in vergelijking met de bicarbonaat. Het is dat ik de appelazijn al klaar had staan, anders had ik die misschien achterwege gelaten. Het doorkammen van mijn haar ging ook heel makkelijk, beter dan bij de bicarbonaat. En het voelde schoon, maar niet stroef! Wel voelde mijn hoofdhuid licht gevoelig en het zag er ietsje rood uit, maar dat duurde niet lang.

Nu is mijn haar bijna droog en het voelt heerlijk zacht aan, en het ziet er heel schoon uit. Wel heeft het iets minder volume dan met de bicarbonaat maar dat vind ik absoluut niet erg. Dus: so far so good! Ik ben heel tevreden met dit experiment; volgende keer ga ik het proberen zonder na te spoelen met appelazijn. Als het duurzamer kan (want minder watergebruik) dan doen we dat!

Heb jij ervaring met het wassen van je haar met zeepkruid? Laat het hieronder weten!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Niet voor mannen: alles over de intieme zone

Ik weet het, dit is niet direct een onderwerp waar je ´gemakkelijk´ over schrijft. Maar het is wel een belangrijke, en daarom trek ik toch de stoute schoenen aan! De heren onder jullie mogen deze post rustig overslaan (maar als je nieuwsgierig bent: wees welkom).

Een gemiddelde vrouw gebruikt in haar leven nogal wat producten voor de intieme hygiëne. Uitgaande van mijn situatie: 25-30 tampons per menstruatie, 1-2 inlegkruisjes per dag…ik wil het niet eens uitrekenen! Want alles komt weer op die grote afvalhoop terecht. Dat kan anders: vroeger was het tenslotte ook anders.lanaluna-inlegkruisjes-foto-2

Voor inlegkruisjes kan de oplossing simpel zijn: gewoon niet meer gebruiken. Maar als je soms last heb van eh, ´witte vloed´ (wat ik heb sinds ik een korte periode de Nuvaring heb gebruikt – nog bedankt daarvoor!) is wat extra zekerheid wel prettig. Een tussenoplossing is het gebruiken van composteerbare inlegkruisjes zoals die van Naty. Beter voor het milieu, maar niet echt goedkoop. Nog duurzamer is het gebruiken van wasbare inlegkruisjes (er is ook wasbaar maandverband). Het was voor mij even zoeken naar het perfecte merk, over de ´huismerk´ inlegkruisjes van LanaLuna ben ik tot nu toe het meest tevreden. Je wast ze gewoon met je reguliere wasjes mee en zo kun je jaren vooruit. De aanschaf is een investering, maar op de lange termijn is het vele malen goedkoper.

Maar hoe ga je nu duurzaam door je menstruatie? Naast het feit dat tampongebruik voor veel afval zorgt, zijn ze ook niet fijn voor het milieu in je intieme zone. Het absorbeert, dus kan je vagina uitdrogen. En het risico op TSS – Toxisch Shock Syndroom – is altijd aanwezig. Daarom moet je tampons regelmatig vervangen. Ook voor deze problemen is er een oplossing: de menstruatiecup, in mijn geval de Mooncup. Er zijn veel verschillende merken beschikbaar.mooncup
Toegegeven, ik moest over een drempel heen. Een menstruatiecup breng je in en dan kan de cup tot zo´n 12 uur blijven zitten, afhankelijk van hoe hevig je menstrueert. Gek idee toch, al dat bloed dat zich verzamelt? En hoe doe je dat dan, dat inbrengen, of nog belangrijker, het er weer uithalen zonder te knoeien? Om kort te gaan: oefening baart kunst. Er zijn animatiefilmpjes om je daarmee te helpen. De eerste paar menstruaties was het inbrengen/verschonen een crime, een kliederboel en soms zelfs pijnlijk. Ik heb op het punt gestaan het maar gewoon op te geven. Maar ik wilde niet meer terug naar de tampons, dus ik hield vol. En nu ben ik daar zo blij mee! Voor mij is het voldoende om de cup in de ochtend en in de avond te legen. Dit doe ik wél onder de douche, in mijn nakie, want in het toilet (alsof je even een tampon verwisselt) lukt het me niet zonder dat het een smeerboel wordt. Maar dat is het dan ook! De cup lekt niet door (mits hij goed is ingebracht) en je voelt hem totaal niet zitten. Beter voor het milieu en op lange termijn een stuk goedkoper (de cup gaat zeker 5 jaar mee). Geen risico op TSS. En ook niet onbelangrijk: omdat je alleen aan het begin en eind van de dag met je cup in de weer hoeft (in mijn geval dan), heb je veel meer vrijheid om te doen wat je wilt!

Zo zie je maar, ook de ongemakken van het vrouw-zijn kunnen duurzamer, veiliger en goedkoper dan de reguliere producten.

Vragen over de Mooncup of het gebruik van wasbare inlegkruisjes? Laat het weten!

Wildplukken: kraailook

plukkenHet is zover! Ik heb mijn wildplukvuurdoop achter de rug! Via de Facebookpagina van Wildplukken kwam mij ter ore (oge?) waar volop kraailook staat. Dus hop, in de benen voor mijn allereerste wildplukervaring! Het was nog goed weer ook: zacht en niet te veel wind. Heerlijk om even buiten te zijn.kraailook

Kraailook is een plantje dat lijkt op bieslook en ook ongeveer zo smaakt. De stengels zijn grijsgroen en wat slapper dan die van bieslook. Bij het snijden bleken ze overigens juist wat vezeliger te zijn. De jonge, lichtgroene stengels zijn het lekkerst. De ondergrondse knolletjes van de kraailook kun je ook eten – als een soort bosuitje. Datzelfde geldt voor de broedknolletjes, daar waar uiteindelijk de nieuwe stengeltjes uitgroeien. Dat ga ik ook nog eens proberen, maar ik heb het nu even bij de sprietjes gehouden. Alles op zijn tijd!

Ik heb een mooi bosje geplukt, uiteraard niet meer dan ik nodig had en toen ik wegging kon je niet eens zien waar ik geplukt had. Ik heb er een omelet mee gemaakt: samen met stukjes tomaat en wat parmezaanse kaas die nog op moest. Van de rest heb ik een kruidenboter gemaakt.omelet

De omelet was erg lekker, met uitzondering van de kaas – die vond ik er niet bij passen. Ik ben al niet zo´n grote kaasfan, dus ik ben nog al kritisch wat dat betreft. Volgende keer gewone geraspte kaas! De kruidenboter staat nog te ´rijpen´en moet ik nog uitproberen.omelet2

Kortom: kraailook is een mooie, wilde vervanging van bieslook en is daardoor in tal van gerechten te gebruiken. Tot zover mijn eerste wildplukavontuur! Wat zal het volgende zijn?

Blijf op de hoogte van nieuwe posts en like Duurzame Dinkies op Facebook!

Experiment Appelkoek

Het begint een patroon te worden: ik had weer eens rimpelige appels liggen. Eerder kon je hier al lezen hoe ik daarmee een heerlijke appelcompote maak, maar vandaag wilde ik iets anders. En ik had trek in een lekker zoet tussendoortje, maar wilde niet naar de koekafdeling van de supermarkt rennen! Tijd voor een experiment.

appelkoek2Aangezien 1+1 nog steeds 2 is, ging ik op zoek naar een recept voor appelkoeken. En die vond ik! En wel op het weblog Uit Paulines keuken – hier staan erg veel lekkere recepten. Pauline heeft ook het receptenboek voor de voedselzandloper geschreven en ook dit recept is ´voedselzandloperproof´. Nu heb ik echt helemaal niks met die voedselzandloper, maar ik vind het wel belangrijk om lekkernijen zo gezond mogelijk te maken. Deze appelkoeken van Pauline bevatten geen suiker of bloem en dat is een groot pluspunt. Ik probeer toegevoegde suiker zo veel mogelijk links te laten liggen. Als ik wel suiker neem, kies ik voor een variant waar ten minste nog wat voedingsstoffen in zitten (bv. kokosbloesemsuiker). In ieder geval: dit werd het recept om uit te proberen.

Ik heb me niet voor 100% aan de ingrediënten en omschrijving gehouden, gewoon omdat ik bepaalde dingen niet in huis heb. Dus hieronder volgt wat ik dan wel gedaan heb.
Dit heb ik gebruikt voor mijn appelkoeken:

  • 75 gram fijne havervlokken (havermout)
  • 75 gram havermeel
  • 5 kleine appels (in mijn geval gerimpeld…)
  • 2 eieren
  • 2 eetlepels kokosolie, gesmolten
  • 2 theelepels kaneel

Ik begon met het fijn malen van de havermout. Nu heb ik geen keukenmachine (die wordt in het originele recept gebruikt) dus heb ik een hakmolen gebruikt. Ook de appels heb ik in deze hakmolen fijngemaakt. Want ik heb nog steeds geen goede rasp. Hierdoor zijn de stukjes appel wel wat grover geworden. Vervolgens heb ik de havermout en eieren gemixt met de handmixer, hier de gesmolten kokosolie en appels bij gedaan en dit weer gemixt tot er een redelijk homogene massa ontstond. Daar ging vervolgens de kaneel nog bij omdat ik dat bijna was vergeten. Dit kan dus best eerder 🙂 Het geheel deed ik in een – met bakpapier beklede – ovenschaal en het ging 50 minuten in de oven op 180 graden. De laatste 10 minuten deed ik wat aluminiumfolie over het baksel omdat het al erg donker werd. Volgens het oorspronkelijke recept is de houdbaarheid 3 dagen in de koelkast.

appelkoek1Het resultaat? Het geheel zag er heerlijk uit, maar het was nog wel vrij nat. Ik denk dat ik volgende keer wat van de havermeel vervang door kokosmeel – dit neemt veel vocht op. In verhouding had ik waarschijnlijk wel wat meer appel dan de bedoeling was, maar ik wilde de appeltjes ten slotte opmaken. Doordat de appels grover waren gesneden is de hele structuur ook wat anders geworden, minder koek- danwel cakeachtig. Het was niet zacht en kruimelig, maar meer lijmachtig. De smaak viel me ook wat tegen: er was niet 1 smaak die er echt uitsprong – misschien had ik niet zo eigenwijs moeten zijn om het snufje zout weg te laten.

Qua smaak zou ik deze appelkoek meer als een luxe ontbijtgerecht gebruiken, dan als een lekker tussendoortje. Qua structuur moet ik misschien toch maar eens een keukenmachine aanschaffen…
Ik vind het wél een heel leuk recept om verder mee te experimenteren. Denk aan het toevoegen van extra smaakmakers als vanille, kokosrasp of gewoon lekkere rozijntjes.

En puntje bij paaltje: die appels zijn dus mooi niet in de groene bak beland (die ik niet eens heb maar dat is een ander verhaal)! 🙂

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Pluk jij je al helemaal wild?

grote brandnetel

Grote brandnetel

Ik ben al een tijdje geïntrigeerd door het fenomeen ‘wildplukken’. Iedereen doet dit wel eens: denk maar aan de zwarte braam die in augustus zo lekker zoet is. En wie heeft er als kind geen beukenootjes gezocht in het bos? Heerlijk om te roosteren in de koekenpan en op te knabbelen met wat honing. Brandnetels plukken is ook een bekende: bijvoorbeeld voor brandnetelthee. Maar ik heb nooit geweten dat dit maar het topje van de ijsberg was.

Zevenblad. Speenkruid. Eikels. Daslook. Het zijn allemaal bruikbare, eetbare planten. En dan zijn er ook nog de planten die ons bijvoorbeeld olie kunnen leveren, zoals sint-jans kruid. De mogelijkheden zijn eindeloos en  dat is niet alleen fascinerend, maar in mijn geval ook lichtelijk ontmoedigend. Want er kan zoveel dat ik niet weet waar – en wanneer – ik moet beginnen. Ik vind het best spannend. Want hoe zorg je dat je de juiste plant pakt en niet per ongeluk een oneetbare variant aanziet voor jouw ‘prooiplant’? Ik ben vrij goed in het herkennen van bloeiende planten, maar alleen het blad is een uitdaging op zich en sommige planten zijn alleen bruikbaar wanneer ze nog niet bloeien. Speenkruid is zelfs giftig vanaf het moment dat het bloeit. O, en wat kennis van de anatomie van planten is ook niet verkeerd. Scheut, stengel, bloemhoofd, blad, je moet wel weten wat daar precies mee bedoeld wordt! Dat ligt soms minder voor de hand dan het op het eerste gezicht lijkt.

Kortom: wil je gaan wildplukken, dan hoort daar een beetje (boel) voorbereiding bij. Je moet weten wanneer je je welke planten kan gaan plukken, hoe je ze kan herkennen en waar je ze kan vinden. Ik ben iemand die geneigd is alles tegelijk te willen, maar ik heb besloten me voor komend jaar op 3 nieuwe planten/bomen te richten. Ik wil proberen zelf berkensap te tappen, ik wil brandnetelthee gaan maken en vlierbessenjam. Maar misschien bedenk ik me straks weer en ga ik toch voor andere planten. Er is ook zo veel…

Gelukkig hoef ik het wiel niet zelf uit te vinden. Op internet is ontzettend veel informatie te vinden over eetbare planten en hoe je ze kunt gebruiken. Ook zijn er heel wat boeken over wildplukken geschreven – het is niet voor niets een fenomeen. Een tijdje geleden heb ik het boek van Bea Möllersbea mollers wildplukken aangeschaft en het is ongelofelijk leuk om te lezen hoe zij hier al jaren mee bezig is. De artikelen die in het boek staan zijn columns over wildplukken die zij voor het Noord-Hollands Dagblad geschreven heeft. Dit is voor mij echt een voordeel: ze woont bij mij in de buurt en in het boek wordt hier en daar ook vermeld waar je bepaalde planten kan vinden. Scheelt mij weer zoeken! Het boek is bedoeld om te inspireren en dat doet het ook. Ik krijg ontzettend veel zin om zelf aan de slag te gaan en gebruik te maken van wat de natuur ons te bieden heeft. Bea organiseert overigens over de superleuke Gaaf Groen evenementen waar ik grote liefhebber van ben. Veel groener wordt het niet! 🙂 (Voor meer informatie over het boek, klik hier. Of like Gaaf Groen op Facebook.)

Uiteraard is het belangrijk om hierbij respect te hebben voor de natuur. We horen mét – en niet alleen maar van – de natuur te leven. We mogen haar gebruiken maar niet misbruiken. Dus: nooit meer plukken dan je kunt gebruiken, en minstens 1/3e laten staan van de planten die je wilt plukken. Zo zorg je dat er volgend seizoen ook weer wat te plukken valt. Verder is het zinvol om de gebieden waar veel honden uitgelaten worden, links te laten liggen. Anders krijgen je plantjes op voorhand een extra smaakje…(don’t eat yellow snow!)

Als ik eenmaal begonnen ben lees je hier uiteraard welke plantjes ik geplukt heb en waar ik ze voor gebruikt heb. Ik vind het ontzettend spannend en heb het gevoel aan het begin van een grote, grote ontdekkingsreis te staan!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Zonder shampoo!

Let op! Lees eerst dit verhaal! Onderstaande post is een oud artikel en ik sta hier niet meer achter. Hij blijft wel staan als archiefmateriaal.

Je haren wassen. Het is – als je lang haar hebt – best een rotklus, die veel water kost. Alleen dat feit maakt het al tot een niet-echt-duurzame bezigheid. Je kunt dit gedeeltelijk opvangen door niet meer tijdens het douchen je haar te wassen, maar dit met je kop onder de kraan bij de wasbak te doen.

Maar dan al die shampoo (lees: chemische rotzooi) die je in je haar smeert om het schoon te krijgen! Is het jou ook al eens opgevallen dat je bijna elke dag je haar moet wassen omdat het zo snel vet wordt? Shampoo is agressief (zelfs de meest milde), het ontvet je haar zo radicaal dat je haar reageert door snel weer extra talg aan te maken. De vicieuze cirkel begint…

Maar gelukkig kan je haren wassen ook wat producten betreft duurzamer. Wil je hieraan beginnen? Wees gewaarschuwd! Het is wel even een zoektocht namelijk, omdat datgene dat het beste werkt, heel erg afhankelijk is van je haartype (en -lengte). Ik heb van alles geprobeerd. Groene zeep en Marseillezeep werken voor mij absoluut niet. De beste methode voor mij tot nu toe: natriumbicarbonaat als shampoo en appelazijn als conditioner. Lees hieronder hoe je deze methode moet toepassen!

Natriumbicarbonaat, ken je het nog? Dit is onder andere onderdeel van de hallelujah-deodorant (zie elders op deze site). Maar het is ook perfect te gebruiken als shampoo. De appelazijn is ook al zo´n multifunctioneel product: te gebruiken voor over de sla, maar ook als gezichtsreiniger bijvoorbeeld. En dus ook als conditioner! Om je haren een goede opfrisbeurt te geven, doe je als volgt.
Schenk 2 mokken vol met warm water (koud mag ook, maar das best brrrr). In 1 mok los je een eetlepel bicarbonaat op, in de andere 1-2 eetlepels appelazijn. Vervolgens steek je je hoofd onder de kraan, maak je je haren even nat (hoeft niet per se) en giet je de mok met bicarbonaat over je hoofd en haren. Zorg dat het water goed verdeeld wordt en masseer het in. Dit gaat wat stroef: gewone shampoo bevat allerlei toevoegingen om makkelijk te ´glijden´ en bicarbonaat dus niet.
Spoel nu je haar uit (met water uit de kraan) en herhaal het proces met de appelazijnoplossing. Voor meer effect kun je de appelazijn even in laten werken. Klaar!

Nu heb je een heerlijk fris koppie én je haar ziet er prima uit. Voor extra verzorging kun je bijvoorbeeld een heel klein beetje kokosolie over je handen verdelen en dan je handen door je haar halen.

Dat is stap 1. Nu is het zaak om minder vaak je haar te wassen! Om het vaak wassen te ontwennen moet je even door een zure appel heen bijten. Probeer je haar pas weer te wassen als je het écht niet meer uithoudt. Tot die tijd doe je het zoveel mogelijk in een knot, dan valt het niet op dat het iets vetter is. Sommige mensen geven aan dat ze na een lange aanloopperiode (en dan heb ik het over maanden) hun haar alleen nog maar hoeven uit te spoelen. Het haar is in balans en wordt niet meer vet. Zo ver ben ik helaas nog niet, maar ik hoef het een stuk minder vaak te wassen! Ook de hoeveelheid bicarbonaat kun je gaan afbouwen, uiteindelijk geldt: hoe minder hoe beter.

Op internet lees je wisselende verhalen over het resultaat en ook over hoe het haar zelf (na langere tijd) reageert. Belangrijk is in ieder geval om de dosering van de bicarbonaat in de gaten te houden en het niet direct aan te brengen, maar op te lossen in water.
Ik wil zeker nog meer alternatieven gaan proberen en beoordelen wat het beste bij mij past. Andere non-shampoo-shampoos zijn klei (bv. bentoniet), ei en zeepkruid. Wanneer ik hier meer over weet te vertellen lees je het direct!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Soda of Ecover vlekverwijderaar – wie wint?

ecover_ontvlekker

In mijn vorige postvertelde ik over mijn ontdekking van de tarwekiemolie, als reinigingsmiddel én als verzorging. Reinigen met olie en een wasbare reinigingspad is prachtig en levert geen afval op, maar het zorgt ook voor een probleem. Een vette reinigingspad (of iets anders dat vet is) is ontzettend lastig om schoon te krijgen in de wasmachine. Natuurlijk, met chemische rotzooi zal het wel lukken, maar daar trappen we echt niet meer in! Mijn hallelujahwasmiddel van Marseillezeep is echter niet sterk genoeg om ál het vet uit de pads te krijgen. Ik voeg al een koffielepel soda toe bij het wassen, maar ook dit is onvoldoende. Omdat ik nog wat Ecover vlekverwijderaar had staan, boende ik een aantal pads schoon met dit spulletje. Dat werkte wel, de vlek ging er uit. Maar omdat Ecover uit de gratie is (nieuwe Ecoverproducten koop ik niet meer, ze gebruiken voornamelijk marketingtrucjes om je te doen geloven dat ze duurzaam en onschadelijk zijn, maar ondertussen hebben ze niet één groen certificaat!) is dit een tijdelijke oplossing. Na inlezen op internet besloot ik de soda ntricel_soda1og een kans te geven, maar dan met wat voorwerk – iets waar ik eigenlijk te lui voor ben. Ik deed de pads in een teil, schepte er wat soda op en overgoot het met kokend water. Na 10 minuutjes inweken boende ik ze schoon (doe dit met handschoenen, soda is ook extreem ontvettend voor je handen) en spoelde ze uit. Het resultaat? Nog beter dan de Ecover! Helemaal blij dus. Een dag later probeerde ik het zelfde maar dan met koud water, en dit bleek net zo goed te werken. Dat scheelt weer wat water verhitten gelukkig. De volgende stap is de pads een aantal dagen lang verzamelen in het sodawater en dan pas uitspoelen – dit scheelt in het waterverbruik zelf.

En dan dit. Toen de reinigingspads eenmaal opgedroogd waren (nog voor de reguliere wasbeurt in de machine), bleek de soda het op nóg een punt te winnen van Ecover. Roken de met Ecover behandelde pads muf (denk: natte hond), de sodapads roken helemaal 100% fris! Met andere woorden: ik ben om en zal in het vervolg braaf mijn pads voorbewerken met soda.

Soda schijnt ook geweldig te zijn bij vergeelde kussenslopen en lakens. Een paar uur laten weken in sodawater en dan in de reguliere was laten meedraaien. De eerste test zit nu in de wasmachine. Ik ben benieuwd! Ik was al aan het onderzoeken of waterstofperoxide een optie is, maar dat vind ik behoorlijk duur. Dus als soda mij ook hier uit de brand kan helpen is mijn dank groot!

Belangrijk: er is een groot verschil tussen soda/natriumcarbonaat (de huishoudvariant) en baksoda, ook wel bekend als zuiveringszout of natriumbicarbonaat. Gebruik huishoudsoda nooit voor inwendig gebruik, deodorant of tandpasta! Hiervoor moet je de BIcarbonaat hebben. Daar kom ik nog wel eens op terug.

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!