Recept: verwarmende en versterkende thee (met gember, kaneel en steranijs)

theeBrrrr…ik weet niet hoe het bij jullie is, maar hier hangt er al de hele dag een vochtige, dikke bewolking over het land. Grijze mist waar af en toe ook wat regen uit valt. Gecombineerd met een flinke wind is het echt herfstig buiten! Op dit soort dagen kun je wel iets gebruiken dat je verkleumde lijf van binnenuit verwarmt. Als je deze thee maakt, komt dat zeker goed! Hij is ook heerlijk versterkend wanneer je wat grieperig bent. Ik zou zeggen: Santé!

Voor 1 kop thee heb je nodig:

  • 1/2-1 cm gember, fijn gesneden
  • een half kaneelstokje (Ceylon), gehakt
  • 2 steranijs

Gember helpt je spijsvertering en geeft verlichting bij koude handen en voeten (jippie!). Ceylon kaneel is verwarmend, verbetert je bloedcirculatie en spijsvertering en werkt koortsverlagend. Steranijs is kalmerend en verlichtend bij darmklachten. Deze combinatie smaakt ook nog eens heerlijk!

Door de gember en kaneel te snijden komt er meer smaak vrij in je thee en heb je minder nodig. Geen onnodig gebruik van voedsel dus.

De bereiding is natuurlijk heel simpel. Doe alle ingrediënten in een theezeefje, plaats dit in een groot glas en giet er water op dat net gekookt heeft. Laat een minuut of 5 trekken, en dan genieten maar!

Wat is jullie ultieme herfstthee?

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Mijn duurzaamheidsnulpunt

biologisch-katoen-638x330In mijn vorige post schreef ik over het ´goed genoeg zijn´ qua duurzaamheid. Met andere woorden, ik doe mijn best maar het lukt niet altijd om mijn leven precies zo duurzaam in te vullen als ik zou willen. Maar er zijn een aantal principes waar ik wél aan vast hou en die ik echt onder geen beding wil loslaten, al kom ik nog zo in de verleiding. Vandaag vertel ik over mijn duurzaamheidsnulpunt(en).
Dit zijn de twee belangrijkste:

  1. Biologisch vlees. Dit is een van de allereerste beslissingen geweest die ik gemaakt heb op mijn groene pad. Het kiezen voor biologisch vlees is niet alleen een kwestie van duurzaamheid maar zeker ook van dierenwelzijn. Ik wil gewoon dat áls ik een dier eet, dit dier op zijn minst een goed leven heeft gehad. Vlees met een biologisch keurmerk geeft die garantie (hoewel in deze verziekte maatschappij garanties niet bestaan, maar zonder vertrouwen is een mens nergens). Geen kooidieren, geen dieren die nooit daglicht zien, maar dieren die – voor zolang hun leven duurt – wel gewoon dier hebben kunnen zijn. Ik zal hier nooit concessies in doen. Dat is met uit eten gaan wel eens verdomd lastig. Bij ons in de buurt zijn niet heel veel mogelijkheden voor uitgebreid biologisch, vega of vegan eten (die ook qua sfeer nog eens goedgekeurd zijn). Aangezien ik ook geen kaas eet (tenzij het vermomd is als een lasagnekorstje) vallen veel vegetarische gerechten ook af. Tomatensoep? Ja, maar alleen zonder ballen. Darn. Als het echt niet anders kan smokkel ik daarmee door de ballen aan mijn vriend te geven (ik voel nu een grapje opkomen dat ik braaf laat liggen om mijn relatie gezellig te houden). Maar dat voelt ook niet echt goed, omdat ik wél niet-biologisch (en misschien wel bio-industrie)vlees heb gekocht. Vis kies ik wel, meestal heeft dat ook een FSC-keurmerk tegenwoordig. Dat is tenminste iets, niet waar? In restaurants koos ik ook vaak voor wild, dat heeft tenminste ook een vrij leven gehad. Dacht ik. Want laatst ben ik erachter gekomen dat wild voornamelijk alleen maar een categorie vleessoorten is (zoals eend, hert en konijn), maar dat het zo goed gekweekt vlees kan zijn. Zucht…ik vrees de dag dat ik alleen nog maar stokbrood met kruidenboter kan bestellen als hoofdgerecht. Maar: geen concessies. Ik kan het gewoon echt niet over mijn hart verkrijgen om een dier te eten waarvan ik niet weet of het een goed leven heeft gehad. Het offer is te groot. En hoe moeilijk het soms ook is in de praktijk, achteraf ben ik altijd blij dat ik wéér sterk ben geweest.
  2. Biologische kleding en schoenen. Dit is een principe dat relatief makkelijk vol te houden is. Al sinds een paar jaar koop ik enkel nog kleding met een biologisch keurmerk, én kleding die (voornamelijk) uit natuurlijke materialen bestaat. Er is voldoende te kiezen, als je weet waar je moet zoeken. Voor iedere kledingstijl zijn er passende kledingstukken te vinden. Favoriete merken zijn: Inti Knitwear en Armedangels. Voor in de winter is het thermo ondergoed van Engel Natur een aanrader.
    Biologische kleding kost meer, dat is waar. Maar wat je ervoor terug krijgt is de investering méér dan waard. Geen chemicaliën op je huid, geen schade aan het milieu en (in het geval van wol) geen dierenleed. Daarnaast is de kwaliteit van biologische kleding zoveel beter dan al die troep van de Primark en H&M. De mensen die jouw kleding gemaakt hebben, hebben hiervoor een eerlijke prijs gekregen. Het blijft langer mooi en langer draagbaar, daardoor is biologische kleding uiteindelijk goedkoper.
    Omdat biologische kleding nog een nichemarkt is, is het niet ruim in de nabije omgeving voorhanden. De meeste kleding koop ik daarom via webshops. Dat heeft nadelen: het kost extra verpakkingsmateriaal en het moet bij je thuis gebracht worden. Dat gebeurt over het algemeen niet met de (elektrische) fiets. Als ik zelf echter op zoek zou moeten naar fysieke winkels voor mijn biokleding, zou ik ook behoorlijk wat moeten rijden. Het is een arbitrair rekensommetje natuurlijk. Ik koop in ieder geval zo min mogelijk nieuwe kledingstukken en kies voor kledingstukken die makkelijk te combineren zijn, zodat ik niet vast zit aan ´outfits´. (Sowieso ben ik geen fashion victim, dus dat scheelt. Wie koopt er nu broeken waar een of andere mislukte designer de gaten al in de knieën heeft bedacht?).
    Grootste uitdaging van dit nulpunt? De schoenen. Ik heb altijd al een haat-liefdeverhouding gehad met schoenen, mede dankzij mijn platvoeten. Dat feit, gecombineerd met het voornemen om alleen biologische schoenen te kopen is al een fijne uitdaging – de spoeling in biologische schoenen is vrij dun. Daar komt nog bij dat de meeste biologische schoenen online te vinden zijn. Dankzij mijn platvoeten is schoenen kopen niet een kwestie van ´de leukste in je winkelwagen stoppen en klaar is madam´. Nee, heel veel leuke schoenen zitten absoluut niet fijn. Het hele proces van online schoenen shoppen, passen, teleurgesteld zijn over de pasvorm (en misschien ook de maat) en het hele zooitje weer terug moeten sturen is kort gezegd niet iets om naar uit te kijken. Met als gevolg dat ik nu al zo´n 6 jaar geen nieuwe schoenen heb gekocht. Nog niet eens slippers! De schoenen die ik daarvoor gekocht heb ´doen´ het nog steeds prima. Ik hou het nog wel een paar jaar uit. Maar uiteindelijk zal ik toch voor de bijl moeten. Tenzij ik tegen die tijd inmiddels zo volkoren leef dat ik 24 uur per dag op blote voeten loop (maar die kans acht ik niet zo héél groot). Trouwens, ik heb vorig jaar wel Glerups sloffen aangeschaft. Diepte-investering die zich in het winterseizoen nog dagelijks terugbetaalt. Maar sloffen zijn geen schoenen, dus ik mag nog steeds zeggen dat ik 6 jaar geen schoenen heb gekocht 😉

Hebben jullie ook duurzaamheidsnulpunten? Ik ben benieuwd wat ze zijn, laat het weten in een reactie!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Groene lunch: geroosterd brood met gegrilde courgette

broodje-gegrilde-courgetteBijna vegan, dit broodje. Zodra ik lekkere eivrije mayo kan vinden (of zelf kan maken) is deze lunch 100% vegan. Als je geen mayonaise wil gebruiken is het lekker om de courgette te besprenkelen met de olie van de zongedroogde tomaatjes (en dat is nog no-waste ook!). Vegetarisch is dit broodje sowieso al, en het levert je maar liefst 100 gram groente op! Hoezo is voldoende groente eten lastig?

En niet geheel onbelangrijk, dit broodje is echt superlekker! Zo maak je dit ´broodje gezond´:

Ingrediënten (voor 2 personen):

  • 1 courgette van ongeveer 300 gram
  • 2-3 eetlepels olijfolie
  • 2 flinke sneden brood of 4 kleinere sneetjes
  • 1 teentje knoflook
  • 4-5 zongedroogde tomaatjes op olie
  • 2 eetlepels pijnboompitten
  • peper en zout

Bereiding:

  • Verhit de grillpan (bij een gietijzeren pan duurt dit eventjes).
  • Snijd de courgette in dunne plakken en besmeer ze aan beide kanten licht met olijfolie.
  • Grill de plakjes courgette in gedeeltes in de grillpan, aan beide kanten.
  • Rooster ondertussen de sneetjes brood in een koekenpan en rooster ook de pijnboompitten in een koekenpan.
  • Snijd de zongedroogde tomaatjes in kleine stukjes.
  • Wrijf de sneetjes brood in met de knoflook en besmeer het brood met de mayonaise.
  • Verdeel vervolgens de courgette over de broodjes en bestrooi met peper en zout. Doe nog wat kleine dotjes mayonaise op de courgette.
  • Verdeel vervolgens de tomaatjes en pijnboompitten over de broodjes.
  • Klaar! Enjoy!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Wanneer ben je duurzaam?

Zo, is dat me even een tijd terug! Het blog heeft een behoorlijke tijd op zijn gat gelegen, zoals je misschien wel gemerkt hebt. Sorry daarvoor. Het zat wel in mijn achterhoofd hoor, regelmatig dacht ik ´ik moet weer eens wat posten´, maar ik kon het niet opbrengen. Aan de ene kant heeft dat te maken met drukte, aan de andere kant met een voorliefde voor buiten spelen en van de natuur genieten. Maar er was ook nog een derde kant. Een kant die zich bezighield met gewetenskwesties. Ik heb me op sommige momenten af moeten vragen of ik wel ´het recht´ had een blog te mogen schrijven over duurzaamheid, als ik op zoveel fronten nog zoveel duurzamer kan (en moet) zijn. Het jaar is alweer bijna om en met schaamte denk ik terug aan de groene voornemens die ik in het begin van 2016 aan de grote klok heb gehangen. Het wasbare wc-papier? De lappen stof liggen allang klaar om geknipt te worden, maar dat is het dan ook. Vaker met de fiets naar het werk? Het is een paar keer gelukt, maar door enorme drukte, praktische hindernissen en een neiging tot oververmoeidheid heb ik toch meestal voor de auto moeten kiezen.

Het zijn dingen die ik in een ideale wereld anders wil zien, maar in het hier en nu blijkt dan het echte leven in de weg te zitten. En dat steekt. Ik voel regelmatig dat ik meer wil doen, maar daar niet aan toe kom zonder mezelf voorbij te lopen. Daardoor heb ik mezelf ook de vraag moeten stellen wanneer je duurzaam genoeg leeft. Mag je dan geen auto meer rijden? Mag je dan alleen verpakkingsvrij kopen? Moet je alles biologisch kopen, moet je 100% veganistisch eten? Als de kachel hoger gaat dan 16° C, ben je dan nog wel goed bezig? Mag je überhaupt nog wel de kachel aanzetten? Ben je in overtreding als je langer dan 2 minuten onder een douche staat die hoger staat dan 30°C?

Hoewel het geweldig zou zijn als we in een wereld leven waarin al het bovenstaande vanzelfsprekend zou zijn, is de realiteit nu eenmaal anders. Er zullen altijd mensen zijn die een auto nodig hebben om naar hun werk te gaan – en niet iedereen kan zijn werk om de hoek vinden. Soms is het belangrijker om te kiezen voor een maaltijd die toch wat plastic afval met zich mee brengt, omdat niet, of onvolwaardig, eten geen optie is. En door lichamelijke aandoeningen hebben sommige mensen gewoon een warme douche nodig om op gang te komen. Dus wat is dan echte duurzaamheid?good-enough_reboottime

Ik ben tot de conclusie gekomen dat het in de essentie gaat om de wil om duurzaam te zijn. Duurzaamheid begint bij het besef dat alles dat je op aarde uitvreet, een impact op de aarde heeft. Dat besef vertaalt zich vervolgens in een vorm van gewetensbezwaren of wroeging, waardoor je in ieder geval getriggerd wordt om erover na te denken en na te gaan hoe je je impact kan verkleinen. Dat dat vervolgens niet altijd lukt, is jammer, maar volgende keer beter. Er zijn miljoenen mensen op de wereld die nog nooit nagedacht hebben over hun impact op de wereld. Die alleen maar denken aan hoe ze zo goedkoop mogelijk zo veel mogelijk kleding kunnen kopen, omdat ze tegelijkertijd hun nieuwe smartphone willen kopen – hun huidige is ten slotte al bijna een jaar oud.

Er zullen mensen zijn die vinden dat je geen recht hebt van spreken zolang je niet alles perfect doet. Als je minder vlees eet en alleen biologisch, zullen er toch mensen zijn die vinden dat je pas over duurzaamheid mag spreken als je veganistisch wordt. En hoewel dat theoretisch helemaal klopt – als het gaat om voedingspatronen heeft veganisme een zeer lage klimaatbelasting – is het in de praktijk niet zo zwart-wit. Ik zie bijvoorbeeld vegan FB-pagina´s die zonder morren reguliere (dus niet-biologische) bewerkte producten promoten. Het is vegan, dus het is goed. Did someone say Oreo´s? Sorry, maar dan kies ik toch liever voor pure, onbewerkte en biologische voeding, ook al is het niet puur plantaardig. Want al die bestrijdingsmiddelen, additieven en suiker schaadt het milieu en onze gezondheid ook. (Dat betekent uiteraard niet dat ik me volstouw met vlees, ik eet gemiddeld 5 dagen per week vegetarisch en soms een dagje veganistisch. Dat geheel terzijde, maar blijkbaar voel ik toch de behoefte om me te verantwoorden.)

Kortom: duurzaamheid is niet zwart-wit en zal dit ook nooit worden. Waar het om gaat is dat je de juiste mindset hebt. Wie alleen tevreden is met perfectie zal altijd teleurgesteld zijn, want perfectie bestaat niet. Dat vergroot de kans dat je het uiteindelijk maar niet meer probeert – je behaalt je doel (perfectie) toch nooit. Dan liever met vallen en opstaan af en toe een succesje behalen en stukje bij beetje succesjes sparen. Ondertussen blijven we toewerken naar onze ideale (micro)wereld waarin we nooit de auto nodig hebben en al ons eten zelf verbouwen. Je moet ten slotte ook een droom hebben, niet waar 🙂

Lees ook eens deze blogpost die ik een jaar eerder schreef! Een terugkerend thema, zo blijkt 😉

Weten wat onze duurzame droom is? Klik hier.

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Duurzaam scheren deel 3: de safety razor in actie

Ik kon er niet meer omheen. Het is 30 graden buiten en ik liep nog steeds in een lange broek. Omdat ik eruit zag als een yeti. Omdat ik niet meer met mijn plastic-zooi-scheermes wilde scheren en ik nog niet de moed had verzameld om mijn safety razor zijn vuurdoop te geven. (Zie dit artikel waarin ik mijn safety razor introduceer!)

Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik de safety razor zijn vuurdoop al had gegeven. Maar blond als ik ben had ik het onderstuk ondersteboven vastgedraaid waardoor het apparaat bijzonder weinig scheereigenschappen overhield. En ik maar niet snappen waarom iedereen dat ding zo goed en gevaarlijk vond…

Anyway, vandaag was het tijd om mijn schaamte en razor-angst overboord te zetten en de yeti, eh, koe bij de hoorns te vatten. Dus: op naar de badkamer, gewapend met alle benodigdheden. Kommetje, scheerzeep, nog een kommetje, kwast, handdoekjes én natuurlijk de safety razor zelf.

De aanbevolen methode om je benen voor te bereiden op hun scheerbeurt is als volgt. Je maakt je benen warm/nat om de haartjes zachter te laten worden en de poriën open te zetten. Je haalt je vochtige (scheer)kwast enige tijd over een stuk scheerzeep en dit schuim je vervolgens op in een kommetje. Dan krijg je een berg schuim waar je u tegen zegt (in theorie) waarmee je vervolgens je benen in sopt. Nu ben ik eigenwijs geweest en heb geen scheerkwast aangeschaft. Ik wilde hem niet nodig hebben en wat je niet nodig hebt koop je niet (zie dit boek, aanrader!). Bij mijn eerste mislukte poging merkte ik wel dat je niet zoveel kan schuimen zonder kwast, dus wanneer je het direct op je benen inzeept. Gelukkig kwam ik daarna tot de conclusie dat ik nog een McGyver-oplossing in huis heb! Ik heb namelijk een werkeloze poederkwast – zo´n lekkere dikke van bamboe van een ecomerk. Die is werkeloos omdat ik gestopt ben met make-up, wat weer ingegeven is door a) het feit dat je elke keer plastic verpakkingen aanschaft en b) dat mijn huid er vast baat bij had om het niet meer te doen (en dat blijkt ook). Kortom: zonder dagelijks mijn gezicht te bepoederen, is die poederkwast werkeloos. Maar nu niet meer, want hij krijgt een 2e leven als scheerkwast! Re-use, no-waste enzovoort. Helemaal Duurzame Dinkies 😉

Dus, even terug naar het scheren. Dat opschuimen in een kommetje werkte voor geen meter. Dat kan komen doordat mijn kwast te nat was, misschien ook wel doordat het geen echte scheerkwast is. Geeft niks! Want door met de kwast lekker over mijn benen te gaan ging dat inzepen prima! Geen dikke schuimlaag maar meer dan voldoende om goed te kunnen scheren. Here we go…

Gelukkig is het mij alles meegevallen! Ik wilde al bijna jubelen dat ik zónder wondjes de eindstreep heb behaald, maar helaas kreeg ik het op het laatst toch voor elkaar op een vervelend plekje. Maar vooruit, meer dan tevreden 🙂 De truc is vooral om RUSTIG te scheren. De grootste valkuil is gedachteloos scheren waardoor je je mes niet in de goede positie houdt – en dat levert wondjes op. Je houdt je mes in een hoek van 30° – veel youtube-filmpjes te vinden om je een idee te geven! Het mes is makkelijk schoon te houden door hem steeds af te spoelen in een kommetje schoon water. Na de scheerbeurt haal je alles even los om het schoon te spoelen en goed te laten drogen. En het eindresultaat is heerlijk glad én zonder irritatie en ruwe huid. En dan te bedenken dat ik eruit zag als een yeti (de aanbeveling is om je haren niet langer te laten worden dan ´gemillimeterd´. Uhm, mag het 6 mm meer zijn?).

Ik ben in ieder geval overtuigd: geen GiletteVenusWilkinsonzooi meer. Bij mij is wel de pest dat ik er ná het scheren vaak achter kom dat ik nog een paar verstekelingen heb op mijn benen (iets te weinig licht in de badkamer). Nu heb ik dat nog met mijn oude mes opgelost, in het vervolg trek ik ze eruit met een pincet. Want die plastic dingen gaan eruit!

Volgende test is of het scheren ook goed werkt met pure olijfzeep, in het kader van minder is meer. Maar die chocoladezeep van Werfzeep is wel een luxueus momentje hoor…

Alles lezen over scheren met de safety-razor? Lees het artikel van visagist op de fiets!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

 

Duurzaam scheren deel 2: de safety razor

scheren-oopshinlHet is even wat stiller geweest bij Duurzame Dinkies! Dat heeft vooral te maken met drukte aan het thuisfront, qua duurzaamheid kachelen we gewoon door natuurlijk. Maar nu heb ik een leuk nieuwtje. Vandaag een aanschaf gedaan die al een tijdje op mijn duurzame verlanglijstje stond. Een safety razor!

Ik schreef al eerder een blog over duurzaam scheren. Toen heb ik de safety razor al opgenoemd als alternatief, maar zonder te weten hoe zo´n ding eigenlijk heet. Inmiddels weet ik dat – de volledige naam is double edge safety razor (double edge omdat het aan beide kanten een mesje heeft). Ik heb er een tijdje tegenaan zitten hikken. Dat komt vooral doordat het een beetje oefenen is met zo´n scheermes. Je moet er een beetje handigheid in krijgen om niet constant wondjes op te lopen. Ook zijn deze scheermessen relatief duur in aanschaf – en ik ben tegenwoordig best een krent als het om ´dingen kopen´ gaat 😉

Maar goed, laatst kwam ik hem toch weer tegen op Facebook en een gebruikster zei dat het echt meeviel met die wondjes als je er maar de tijd voor neemt. Zij kocht haar mes bij de Visagist op de Fiets, dus nam ik daar ook een kijkje. Wat een fijne shop! Een winkel via internet, maar géén webshop. Je bestelt via e-mail, met persoonlijk contact. Het bevalt wel om geen nummer te zijn 😉 (Overigens hebben veel kleine, groene webshops een hele goede persoonlijke service! Enkele voorbeelden: Eko4petz, Het Groene Warenhuis en Biocosmetica. Aanraders!) Zij verkoopt safety razors die speciaal voor vrouwen ontwikkeld zijn, hoe fijn! Het voornaamste verschil is dat het handvat dan langer is, zodat het beter te hanteren is bij het bereiken van onmogelijke plekjes (zeg maar).

Wat zijn nou de duurzame voordelen van een safety razor? Om te beginnen zijn ze niet van plastic gemaakt (hoewel de kleurvarianten van mijn model wel een laagje polyester hebben voor de kleur, kwam ik net even te laat achter). En je gebruikt geen wegwerp opzetmesjes, maar losse stalen mesjes. Die bestaan enkel uit staal en dat vermindert de plastic afvalberg aanzienlijk. Ook kun je – als je het goed doet – gladder scheren waardoor je minder vaak hoeft te scheren. Bij een juiste techniek levert het ook nog eens minder huidirritatie en ingegroeide haren op. En als klap op de vuurpijl ben je, na de eerste investering, ook nog eens stukken goedkoper uit! Want een mesje vervangen kost 20 tot 60 cent (afhankelijk van het soort mesje dat je kiest), terwijl een ´gewoon´ scheermesje voor je Venus Gilette-zooi toch al gauw iets van 3 euro kost.

Over een paar dagen heb ik mijn nieuwe aanwinst in huis. Dan ga ik een qualitytime momentje uitkiezen om eens rustig te oefenen. Tegen de tijd dat ik ervaringsdeskundig ben zal ik een update doen!

Benieuwd of een safety razor iets voor jou is? Bij de Visagist op de Fiets vind je uitgebreide informatie en do´s and don´ts!

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!

Mieren, bladluizen en lieveheersbabies

Sinds vorig jaar heb ik een mini kruidentuin op mijn balkonnetje. Een paar bakken met diverse soorten munt, citroenverbena, lavas, peterselie en tijm. Helaas heeft de basilicum het niet overleefd, net als de rozemarijn die uit de biosupermarkt kwam. Die groene vingers komen nog wel…maar de andere kruiden staan er inmiddels stralend bij. Hallelujah! Geweldig om verse kruiden binnen handbereik te hebben. Wat peterselie op je broodje verse eiersalade, wat tijm in de soep of over de geroosterde aardappels, lavas voor in de bouillon en munt voor in de thee of om een haarspoeling mee te maken. Je ziet het groeien en groot en sterk worden!

Zo´n kruidentuintje komt blijkbaar niet zonder bijbehorend ecosysteem. Want de afgelopen weken zag ik een slakkenspoor over mijn citroenverbena en hadden we plotseling een miereninvasie! Op twee hoog notabene! En dan heb ik het nog niet eens gehad over de bladluizen die al langer mijn groene paradijsje bevolkte. Mieren brengen bladluizen met zich mee. Wie er eerder was weet ik niet en dat kan me ook niet zo veel schelen. Beestjes zijn heel leuk, maar sommigen zijn beter te genieten vanaf een afstandje. Tijd voor wat milieu- en waar mogelijk diervriendelijke bestrijding van ongewenst gezelschap (het woord ongedierte mag wat mij betreft, net als het woord onkruid, per direct uit de Van Dale geschrapt worden).

De slak (of om beter te zeggen: het spoor ervan) heb ik na die ene keer niet meer terug gezien. En dat is maar goed ook, want hij had mijn pril ontloken citroenverbena te grazen genomen. Gelukkig had ik al een nieuwe gekocht omdat ik dacht dat ook de verbena de winter niet had overleefd. Ik kan nu in ieder geval zeggen dat dit ijzersterke plantje (pun intended: ijzerhard is de Nederlandse naam voor verbena) niet alleen de winter, maar ook een slakkenaanval heeft overleefd.

De bladluizen heb ik geprobeerd te bestrijden met de veelgelezen tip om een teentje knoflook bij de belegerde plant in de grond te stoppen. Vandaag zag ik de bladluizen zitten op het stengeltje wat uit die teen knoflook is ontsproten…dát gaat dus niet werken. En dan de mieren: ik lees op internet dat ze niet houden van onder andere munt, lavas en knoflook. Eh, wat had ik ook alweer in mijn kruidentuintje? De mieren die ik heb, hadden dat memo niet gelezen denk ik.

Er stonden nog meer (nuttige) tips op die website. Ongeduldig als ik ben heb ik gewoon van alles tegelijk geprobeerd. Een groot offensief van kruidnagel, stukgewreven knoflook, azijnwater, citroensap en witte peper heeft een groot deel van de mieren verdreven. (Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik er ook een aantal naar het mierenhiernamaals heb gestuurd.) Niet allemaal, kwam ik vandaag na een weekje vakantie achter. Ik kwam er ook achter dat mijn Marrokaanse munt dankzij de zorgen van mijn moeder explosief is gegroeid, bedankt mam! Maar goed, hier en daar een mier is niet zo erg als een balkon dat wemelt van de zwarte beestjes.ladybug_larva

Als we het dan toch over zwarte beestjes hebben, ik zag er nog meer van kruipen! Maar dan de goede variant (voor zover er echt slechte zijn dan), larves van lieveheersbeestjes! Deze kleine kruipertjes zijn dol op bladluizen en eten ze massaal om uiteindelijk op te groeien tot volwassen lieveheersbeestje. Toevallig weet ik nu ook dat ze stekeblind zijn en bij toeval tegen een bladluis aan moeten lopen. Dat verklaart meteen waarom de larve die ik in de buurt van een samenscholing bladluizen zette, heel eigenwijs de verkeerde kant op liep. Ik vind het een wonder dat het die kleintjes lukt om überhaupt groot te worden!

Ik ben superblij met mijn lieveheersbabies. Nu doe ik geen enkele poging meer om van de bladluizen af te komen uit angst dat mijn larfjes te weinig eten hebben om groot te worden. Ik ben zelfs heel voorzichtig geworden met het plukken van munt voor in de thee – voor je het weet drink je lieveheersbabiesthee…

Blijf op hoogte van nieuwe posts en volg Duurzame Dinkies op Facebook!